Brandontwikkeling
Ontwikkelingsperiode.
Een brand begint meestal klein. Een niet goed gedoofde sigaret kan een behoorlijke tijd liggen
smeulen. Op een gegeven moment zal het in de prullenbak beginnen te branden. Dit beginbrandje
zal door warmtestraling warmte overbrengen naar andere stoffen in de kamer. Daarnaast brengen de
verbrandingsproducten (rook) door warmtestroming ook warmte over naar andere stoffen. Hierdoor loopt
de temperatuur in de kamer op.
Als gevolg van het oplopen van de temperatuur gaan de aanwezige stoffen brandbare gassen
ontwikkelen. Deze komen vrij en zullen een brandbaar gas-lucht mengsel (pyrolyse) vormen. Als de
temperatuur ongeveer 250-300 graden wordt zullen de aanwezige gassen ontbranden en staat de
kamer ineens volledig in brand. Dit noemen we vlamoverslag.

Brandperiode.
Na de vlamoverslag stijgt de temperatuur razendsnel.
Als een ruimte goed afgesloten is en er geen zuurstof kan toetreden dan zal de brand uit zichzelf doven.
Dit kan een gevaarlijke situatie opleveren. In de ruimte is het nog heet en er bevindt zich een behoorlijke
hoeveelheid gas/luchtmengsel. Als er nu een deur geopend wordt dan zal, door de toetredende zuurstof,
het aanwezige mengsel ineens ontbranden. Dit noemen we vlamterugslag of backdraft. Het kan ook
gebeuren dat er verder geen zuurstof toetreed. De temperatuur zal dan langzaam dalen. Als u dan de
volgende dag binnenkomt dan ziet u tot uw schrik dat u brand heeft gehad zonder dat dit opgemerkt is.
Als er door de warmte echter een ruit springt dan zal de brand zich verder uitbreiden naar andere
vertrekken. Dit noemen we brandoverslag of branddoorslag. Indien dit gebeurt dan blijft de schade niet
beperkt tot een enkele ruimte.
Om u een idee te geven wat brand is en hoe snel het zich kan uitbreiden hebben wij een filmpje over een
brandproef met een kerstboom. link: http://www.youtube.com/watch?v=9gBz3c07KvM&feature=related
bron: http://www.kluizenwinkel.nl/Informatie/Wat%20is%20brand.htm